Twee Videos

Deze maand organiseerde Katie samen met anderen een “vakantiebijbelweek”. Vijf dagen vol leren uit de Bijbel, liedjes, toneelstukjes, spelletjes en knutselwerkjes. Zoiets helemaal vastleggen is best lastig, dus besloot ik om voor elke groep één dag vast te leggen en het te doen met de beelden van die dag.

Ik had al een beetje een plan in mijn hoofd wat het makkelijk maakt om de juiste beelden te schieten en het snel te bewerken. Ik had de muziek al uitgekozen en stond klaar in de startblokken. Op donderdag filmde ik samen met Joan (18) bij de kleuterschool. Het ging goed en tegen het einde van de dag had ik de bewerking al bijna af, want ik had de meeste beelden al in de juiste volgorde gefilmd. Nadat de kinderen op bed lagen heb ik er nog een uurtje aan gezeten en ik was erg blij met het eindresultaat. Ik raad u aan deze video te bekijken voor u verder leest, dan is de rest van de context duidelijker.

Op vrijdag had ik erg veel zin om hetzelfde voor de groep van de basisschoolleeftijd te doen. We begonnen op dezelfde manier als de video van donderdag, alle kinderen renden naar de kerk en ik rende er met de camera achteraan (er is gelukkig niemand gevallen). In de kerk waren er eerst wat liedjes en toen een toneelstukje, opgevoerd door de tieners. Prachtige beelden. Later zouden de kinderen in verschillende groepen uiteengaan om een knutselwerkje te doen, een spelletje te spelen of een Bijbeltekst te leren.

Toen, een telefoontje, het was onze General Manager, Auntie Sarah. De politie had gebeld dat er een baby in een latrine was gegooid. Ze waren bezig met een reddingsactie en ons medisch team werd opgeroepen om zich over de baby te ontfermen. Ik was nodig om het vast te leggen. En dus viel mijn plan voor een leuke video plots in duigen. Maar het was nog redelijk vroeg, misschien zou ik op tijd terug zijn om genoeg van de verschillende activiteiten vast te leggen. Aangezien ik de camera al bij me had, zou ik van de kerk opgehaald worden met de ambulance. Tot die tijd bleef ik de vakantiebijbelweek door mijn camera bekijken. Blije gezichten, mooie kleuren, gelach en veel activiteit.

Zo’n drie kwartier later keek ik door dezelfde camera naar een donker gat waar iemand normaal alleen naartoe komt om zijn behoefte te doen. De stank liet niet raden wat er zich een paar meter lager bevond. Een zaklamp onthulde echter ook iets wat daar niet hoort: een pasgeboren baby. De politie was een meter verderop al bezig om een ander gat groter te maken om de baby te kunnen bereiken. Tussen het gras en het rondslingerende afval lagen stille getuigen van wat er gaande was: een pikhouweel, ijzerzaag, touw, een oranje pak, een masker, een fles zuurstof en de cementen bovenplaat van een latrine. Ons medische team zette alles klaar om de baby te kunnen behandelen. Een schoon schort op het vieze gras, watten, navelstrengklem, en nog meer uit rode koffers met witte kruizen.

Mijn taak was het vastleggen van de reddingsactie. Hoe graag ik ook mijn arm door het gat had gestoken, ik kon niets doen. Ja, bidden. Er was haast bij, maar snel kon het ook niet. Stukken beton die vallen doen meer kwaad dan goed. En dus was het vooral wachten. Bidden. Een “goede hoek” vinden voor mijn camera. Het was lastig om het “juiste” beeld te krijgen – ik stond over muurtjes te filmen, in een wc-hokje van nog geen één bij één meter. Het golfplaten dak werd verwijderd, om meer frisse lucht te krijgen. Ik twijfelde of dat nou echt zou helpen, maar het gaf mij wel de “perfecte” kijkhoek in het gat.

En toen ging het snel. Een geel pak ging aan. Een touw werd vastgebonden. De man in het oranje pak verdween in het donkere gat. Een minuut later werd er aan het touw getrokken. Het oranje pak was minder oranje. Er werd aan een tweede touw getrokken. Een witte zak, waar waarschijnlijk ooit suiker of bloem in had gezeten, bevatte nu een baby.

Ik sprong van mijn muurtje af. Richtte mijn lens over een andere muur. Een flinke baby kwam uit de witte zak. Een jongetje. De politie spoelde de baby af met water. De baby werd voor de dokter en de verloskundige neergelegd. Op dat moment herinnerde ik mij de eerste huil van Patricia en Elliot. Het mooiste geluid dat er is (de rest van de huilbuien staan lager op de ranglijst). Mijn oren waren gespitst op dat eerste gehuil. De verloskundige gebruikte zo’n pompje om slijm (en in dit geval nog andere viezigheid) uit de mond en neus van de baby te halen. Even verwarde ik het geluid van het pompje voor het ademen van de baby, en de dokter hoorde dit door haar stethoscoop ook even aan voor een hartslag, zo vertelde ze mij later. De dokter gebruikte twee vingers om reanimatie te geven. Ze stopte en luisterde naar het hart. Misschien heeft het gewerkt? Meer slijm en ontlasting uit zijn neus. Weer klonk het als een adem. Weer reanimatie. De dokter opende zijn oogleden en keek in zijn oogjes. Door mijn lens zag ik de dokter schudden met haar hoofd. “Nee”. Er was niets meer te doen. Niets meer dan maden verwijderen, zijn lichaam schoonmaken en hem schone kleren aandoen. Tenminste nog een waardig einde voor een onwaardig begin. N.B.: Mijn beschrijving van de medische handelingen is wellicht niet volledig; ik ben niet medisch getraind. De dokter was dat wel en deed haar uiterste best.

Een paar meter van waar gehakt en gebroken werd om haar baby te redden, lag de moeder in onze ambulance. Zij was het die haar pasgeboren baby letterlijk door het toilet had gespoeld. Zij was gearresteerd en aan ons overhandigd voor medische hulp. Wat ze ook gedaan heeft, zij heeft recht op medische hulp – zelfs medeleven, zelfs vergeving. Ik weet niet wat ze van alles mee heeft gekregen. Ik weet wat haar hiertoe bracht, ik weet niet of ze besefte wat ze gedaan had. Ik weet niet of ze besefte dat haar kindje het niet gered had. De moeder moest naar een psychiatrisch ziekenhuis, wat weer een heel verhaal op zich was om haar daar te krijgen: als wij haar zouden brengen, zouden ze haar niet opnemen. Het rode kruis was ook ter plaatse en via hen zou het ziekenhuis de moeder wel opnemen, maar het Rode Kruis was er zonder ambulance. En dus reden we in colonne – politie, Rode Kruis en onze ambulance – naar het ziekenhuis in Kampala. Het was net een dag na de presidentsverkiezingen, dus de spanning op straat was groot, evenals de aanwezigheid van politie en militairen in volle uitrusting.

Ik was laat terug en had ontzettend veel gemist van de laatste dag van de Vakantiebijbelweek. Toch zette ik mijn camera weer aan en dus, een paar uur later, zag ik door mijn lens weer lachende gezichten, plezier, vrolijke kleuren. Alle beelden op dezelfde geheugenkaart.

Twee video’s. De ene, gepland in mijn hoofd, die ik niet af kon maken zoals ik wilde. De andere ongepland, die ik nooit af zou kunnen maken zoals ik had gehoopt – met een huilende baby. Deze hele dag had veel gemengde gevoelens voor mij. En dus is deze tweede video ook gemengd: